Wikia


Empowerment: definitie

Zie ook Empowerment doel oorsprong  en proces


1. Definiëring van empowerment

Na een meer algemene definiering van empowerment, zoemen we vervolgens in op de omschrijving van empowerment op het psychologische of individuele niveau


2. Algemene definitie


Zowel Rappaport als Zimmerman stellen dat empowerment gemakkelijk in zijn afwezigheid is te definieren ('alienation', 'powerless', 'helplessness'), maar moeilijk positief te omschrijven is juist omwille van het feit dat empowerment verschillende vormen aanneemt bij verschillende personen en contexten en verschillend is naargelang het analyseniveau. Belangrijk evenwel is dat men empowerment niet kan krijgen, men moet het verwerven (Rappaport, 1985). Dit onderscheid zit ook in de twee betekenissen van het woord 'to empower', enerzijds 'to give power or authority to; authorize' en anderzijds 'to enable or permit' (Rappaport, 1987). Het is de taak van hen die wel over empowerment beschikken (zowel personen, organisaties en gemeenschappen) om de condities te scheppen waardoor deze die empowerment nodig hebben, de mogelijkheid krijgen om die te verwerven. Globaal beschouwd wordt de volgende algemene definitie van Rappaport (1984 in Zimmerman, 2000: 43-44) het meest gehanteerd:

"Empowerment is viewed as a process: the mechanism by which people, organizations, and communities gain mastery over their lives."

Andere definieringen van empowerment zijn te beschouwen als varianten op deze definitie. Opvallend is dat verschillende omschrijvingen zich dikwijls beperken tot een bepaald analyseniveau. Veelal wordt hierbij het proceskarakter benadrukt. Zo beperkt de definitie van Mechanic (1991 in Zimmerman, 1998 en 2000: 43) zich tot het individuele niveau:

"Empowerment may be seen as a process where individuals learn to see a closer correspondence between their goals and a sense of how to achieve them, and a relationship between their efforts and life outcomes.”

De 'Cornell Empowerment Group' (1989 in Zimmerman, 2000: 43) definieert empowerment op basis van de persoon-omgeving interactie:

"Empowerment is an intentional, ongoing process centered in the local community, involving mutual respect, critical reflection, caring, and group participation, through which people lacking an equal share of valued resources gain greater access to and control over those resources."

Solomon (1976: 6) geeft de volgende definitie:

"Empowerment refers to a process whereby persons who belong to a stigmatized social category throughout their lives can be assisted to develop and increase skills in the exercise of interpersonal influence and the performance of valued social roles."

Braye en Preston-Shoot (1996: 48) wijzen bij verschillende definities op het centrale thema van 'controle':

Het centrale thema van 'controle': extending one's ability to take effective decisions (Mead and Carter, 1970);

  • individuals, groups and/or communities taking control of their circumstances and achieving their own goals, thereby being able to work towards maximizing the quality of their lives (Adams, 1990);
  • enabling people who are disempowered to have more control over their lives, to have a greater voice in institutions, services and situations which affect them, and to exercise power over someone else rather than simply being recipients of exercised power (Croft and Beresford, 1993);
  • helping people to regain their own power (Read and Wallcraft, 1992)."

Zimmerman (1998: 8-9) formuleert verder drie centrale variabelen bij het empowermentconstruct die het 'meesterschap' ('mastery'), centraal in de definitie van Rappaport, verder concretiseren: controle, kritisch bewustzijn en participatie:

"Control refers to perceived or actual capacity to influence decisions, critical awareness refers to understanding how power structures operate, decisions are made, causal agents are influenced, and resources are mobilized (i.e. identified, obtained, managed). Participation refers to taking action to make things happen for the desired outcomes. These three concepts can be applied across levels of analysis to develop a conceptual framework for empowering processes and empowered outcomes for individual, organisational, and community levels of analysis."

Deze drie variabelen zijn onderling verweven. De concrete invulling van empowerment verschilt naargelang het analyseniveau, maar de thema’s zijn dezelfde. Deze drie kernaspecten zijn ook thema's die van oudsher als zeer belangrijk worden aangeduid in de bestrijding van onderdrukking (zoals armoede).

Controle, maar dan vooral het niet hebben van controle, het totaal geen greep hebben op de eigen situatie, de gevoelens van machteloosheid worden in het kader van onderdrukking en armoede als erg belangrijk onderstreept. Dit blijkt uit de 'blaming the victim' theorie van Ryan, het 'apathy-futility syndroom' van Polansky, het concept van 'surplus powerlessness' van Lerner en de 'culture of poverty' van Lewis. Sowieso is er voor theorievorming en onderzoek rand het al dan niet hebben van controle vee! aandacht binnen de psychologie. Dit blijkt uit de 'learned helplessness' theorie van Seligman, theorieen rand machteloosheid en alienatie van o.a. Seeman en Levens, de 'locus of control' theorieen van o.a. Rotter en Lefcourt. Ook in het boek van Solomon (1976: 11-29) over 'Black Empowerment' staat het concept 'powerlessness' centraal:

"The theme of powerlessness among minority groups in the United States is a constant ringing in the ear of the nation. Certainly it had been identified as a predominant consequence of the black experience. (. .. ) The major thesis of this book is that individuals and groups in black communities have been subjected to negative valuations from the larger society to such an extent that powerlessness in the group is pervasive and crippling. ( ... ) Whereas powerlessness of an individual has been defined as his inability to obtain and use resources to achieve his personal goals, powerlessness in groups and communities may be defined as the inability to use resources to achieve collective goals. Some negative valuations do not result in powerlessness because strong family relationships or strong, cohesive group relationships provide a cushion or protective barrier against the negative valuations from the larger society. (. .. ) Not all blacks are powerless! This fact places into focus the goal of empowerment, which is not to reinforce the stereotyping of a total group on the basis of characteristics of only some of its members, but to perceive clearly the risks encountered by the group and utilize this perception in the various stages of the problem-solving process."

Dit brengt ons bij het aspect van kritisch bewustzijn. Simon (1990: 34) omschrijft het bevorderen van bewustwording als een benadering die individuele ervaringen en lijden 'contextualiseren', waardoor het zelfverwijt afneemt. Tegelijkertijd krijgt de persoon meer zicht op de aard en de impact van eigen keuzes en acties en neemt hiervoor verantwoordelijkheid op. Freire (1975: 92-93) duidt naast de gevoelens van machteloosheid met het concept 'culture of silence', sterk op het ontwikkelen van kritisch bewustzijn. Haar basiswortels liggen in de Freiremethodiek ('conscientization'):

"Alleen waar deze situatie zich niet meer als een compacte, toesluitende werkelijkheid of als een pijnlijke doorlopende weg voordoet, aileen waar mensen haar als objectief-problematische situatie kunnen gaan zien – daar aileen kan er sprake zijn van engagement. Mensen duiken op uit hun onder-gedompeld-zijn en krijgen de mogelijkheid om in de werkelijkheid, voor zover deze is onthuld, in te grijpen. Het ingrijpen in de werkelijkheid – het eigenlijke historisch bewust zijn- is een stap verder dan opduiken en vloeit voort uit de conscientização van de situatie. Conscientização is de verdieping van het bewust worden, kenmerkend voor elk 'boven water komen'."

Het concept 'empowerment' wordt in de Nederlandstalige literatuur steeds meer gebruikt. Opvallend hierbij is niet aileen het gebrek aan een goede vertaling van deze term, maar tevens de afwezigheid van een duidelijke omschrijving (o.a. Maes & Vandemeulebroecke, 2001). De stempel van 'containerbegrip' blijft dan ook niet uit. Vertalingen als: 'eigenmachtig worden', 'zelfsturing' of 'opnieuw sterk maken', roepen eenzijdige associaties op met een individuele aangelegenheid en met opstandigheid (Van Regenmortel & Fret, 1999). Bennion en Van den Broucke (1999: 7-8) verkiezen 'versterking van de maatschappelijke weerbaarheid' en situeren dit vooral op het niveau van de lokale gemeenschap. Lecluyse, Van De Mieroop en Peeters (1993 in Van Regenmortel, Demeyer & Vandenbempt, 1999: 8-9) Iaten zich bij de omschrijving van empowerment inspireren door Vanderslice (1984):

"Empowerment betekent dat individuen en groepen een proces doormaken waardoor ze in staat zijn om invloed uit te oefenen op personen en structuren die hun Ieven beïnvloeden. Daarvoor zijn twee met elkaar verbonden veranderingen nodig. Enerzijds een groter gevoel van eigenwaarde en zelfbewustzijn en anderzijds een verandering van het beeld dat een persoon heeft over zijn relaties met andere personen of met instellingen die deel uitmaken van zijn sociale omgeving. Zowel inzicht hebben in hoe de omgeving invloed heeft op het eigen Ieven als in staat zijn tot het uitoefenen van een actieve invloed op deze omgeving horen daar bij."

Rode draden (in Van Regenmortel, Demeyer & Vandenbempt, 1999: 10) die bij de omschrijving van 'empowerment' kunnen worden opgemerkt, zijn: het benadrukken van greep te krijgen op de eigen situatie, het focussen op de krachten van personen, de waarde van de eigen beleving en ervaringen, respecteren van het tempo en eigen keuzes van de betrokkene (mede afhankelijk van de specifieke context en aanwezige capaciteiten). De doelgroep is verscheiden maar betreft steeds personen in een afhankelijkheidssituatie of een minderhedenpositie (bv. patiënten-clienten, migranten, vrouwen, ouderen, personen met een handicap of personen die in armoede ]even, gezinnen in een problematische opvoedingssituatie). Het concept kan betrekking hebben op een proces dat op verschillende dimensies of aspecten kan gericht zijn: binnen het individu (gerelateerd aan termen als zelfbewustzijn, zelfwerkzaamheid), maar ook binnen een groep of gemeenschap/buurt (geassocieerd met emancipatie, bottom-up benadering), binnen de hulpverlening en/of organisaties (met o.a. vraaggerichtheid, inspraak en partnerschap, clientenrechten, klachtenprocedures), binnen de bredere samenleving (met o.a. gelijkheid, burgerschap, evenwicht in machtsverhoudingen). Dit 'empowering' proces is niet vastomlijnd, omvat vele gradaties en kent, afhankelijk van de specifieke context waarbinnen het wordt gebruikt, steeds eigen accenten. Het concept kan evenwel ook verwijzen naar een product dat ook verschillend kan worden ingevuld (Van Regenmortel 2002, 77-82)

Empowerment is in wezen een versterkingsproces. Wetenschappers waarschuwen voor de zogenaamde 'individuele bias' of vertekening bij de invulling van dit concept (Van Regenmortel, 2008 en Peterson & Zimmerman, 2004). Empowerment is immers een 'multilevel construct' dat zich op diverse niveaus bevindt (bv. individu, organisatie, groep, buurt, gemeenschap) die met elkaar verbonden zijn.

"Empowerment is een proces van versterking waarbij individuen, organisaties en gemeenschappen greep krijgen op de eigen situatie en hun omgeving en dit via het verwerven van controle, het aanscherpen van kritisch bewustzijn en het stimuleren van participatie." (Van Regenmortel, 2002)

Empowerment heeft prioritaire aandacht voor maatschappelijk kwetsbare groepen als etnisch-culturele minderheden of mensen in armoede. Maatschappelijk kwetsbare groepen hebben een bijzondere positie in onze samenleving. Ze staan in een sterke afhankelijkheidsrelatie, waarbij ze vooral ontvangen en waarbij de krachten van henzelf en hun omgeving niet of te weinig worden aangesproken. Tegelijkertijd wordt hun eigen verantwoordelijkheid voor de situatie waarin ze zich bevinden, benadrukt. Moderne zorg en een inclusieve samenleving hebben belang bij een andere visie die het versterken en verbinden van personen, groepen, organisaties, buurten en gemeenschappen centraal stelt. Het empowermentparadigma vertolkt deze andere visie. empowerment is een denk- in handelingskader met een hoog abstractieniveau. Het kan als 'meta'paradigma worden beschouwd die meer concrete paradigma's zoals het participatieparadigma, het vraaggericht paradigma of bet diversiteitsparadigma met elkaar verbindt en overkoepelt (Ackaert & Van Regenmortel 7-8).

Empowerment is het nieuwe paradigma in wetenschappelijk debat over armoede en in het maatschappelijke debat over armoedebestrijding. Empowerment wordt omschreven als ‘een proces van versterking, waarbij individuen, organisaties en gemeenschappen greep krijgen op de eigen situatie en hun omgeving via het verwerven van controle, het aanscherpen van kritisch bewustzijn en het stimuleren van participatie’, (Steenssens, et al., 2009; Van Regenmortel, 2008). Het sterke punt van dit paradigma is dat het de ontsluiting en ontwikkeling van de persoonlijke krachten van de armen centraal stelt, alsmede de hulp- en steunbronnen die in de sociale omgeving van de armen aangeboord kunnen worden. Empowerment is een breed maatschappelijk begrip met als kern het ideaal van volwaardig burgerschap voor iedereen. Om dit ideaal bereikbaar te maken voor alle mensen zijn maatschappelijke en persoonlijke veranderingen nodig.

Bij de vertaling van het armoedeparadigma naar de praktijk van de armoedebestrijding wordt vooral de persoonlijke groei en verandering van armen tot invalshoek genomen. Daarbij wordt bijzondere aandacht besteed aan het begrip ‘veerkracht’ als een belangrijke conditie voor empowerment. Het sterke punt in de strategie van de veerkracht is dat het denken en doen niet gericht is op fouten, gebreken en omissies, maar op aanwezige vaardigheden en mogelijkheden bij armen zelf en bij hun omgeving. Er wordt niet langer gedacht in termen van risico en beschadiging, maar in termen van veerkracht en mogelijkheden. Van Regenmortel en andere auteurs hameren erop dat empowerment een bredere basis en gerichtheid heeft dan het niveau van het persoonlijke. Zij werken empowerment uit op drie niveaus, zowel wat betreft de theorie als de praktijk:

  1. het niveau van het individu;
  2. het niveau van de organisatie;
  3. het niveau van de gemeenschap (Van Regenmortel 2010, 112).

Vertrekpunt voor de operationalisering van de Empowerment Barometer is een eerste verduidelijking van het concept empowerment. De algemene en globaal beschouwd meest gehanteerde definitie van empowerment luidt:

“Empowerment is viewed as a process: the mechanism by which people, organizations, and communities gain mastery over their lives.”

Naar het Nederlands vertalen we ze als volgt. Empowerment is een proces van versterking waarbij individuen, gemeenschappen en organisaties zelf greep krijgen op de eigen situatie en hun omgeving. In haar algemeenheid is deze definitie toepasbaar in alle mogelijke domeinen gezondheidsbevordering, tewerkstelling, buurtontwikkeling, …) (Steenssens & Van Regenmortel 2007).


Bronnen:


Ackaert J. & Van Regenmortel T. (n.d.). Gelijk oversteken. Een staalkaart van bevindingen rond integratie. Brugge: Vanden Broele


Steenssens K. & Van Regenmortel T. (2007). Empowerment Barometer. Procesevaluatie van empowerment in buurtgebonden activeringsprojecten. Leuven


Van Regenmortel T. (2002). Empowerment en Maatzorg. Een krachtgerichte psychologische kijk op armoede. Leuven: Acco.


Van Regenmortel T. (2010). Empowerment en participatie van kwetsbare burgers. Ervaringskennis als kracht. Amsterdam: Uitgeverij SWP

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.